aanklooien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·klooi·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanklooien
klooide aan
aangeklooid
zwak -d volledig

Werkwoord

aanklooien

  1. rommelen, rotzooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn
    • Hij klooide maar wat aanin de schuur in afwachting van het belangrijke telefoontje. 

Gangbaarheid