aangeschrevene

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·schre·ve·ne
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aangeschrevene aangeschrevenen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aangeschrevene v/m

  1. de ontvanger van een brief of e-mail
    • ‘Hoi’, ‘Hallo’, ‘Dag’, ‘Goedemorgen’? Nee, allemaal niet. Een zakelijke e-mail begin je altijd met ‘Geachte’. Tenzij je de lezer persoonlijk kent, dan kun je ‘Beste’ gebruiken. Belangrijk is dat je de lezer groet, dus begin ook niet met slechts de naam van de aangeschrevene.[1] 
    • Maar dit brievenboek is vooral onophoudelijke reclame voor de schrijver en verteller Heeresma. Die is op zijn best wanneer hij de aangeschrevene een beetje probeert te jennen, zoals in de brief, halverwege 1973, waarin hij zijn uitgever Contact om een, jawel, trofeeënkast vraagt: ‘Ik zag deze kast niet te groot. Zo 1 x 1.20 meter. En met een diepte van zeker 40 cm. omdat er bokalen zijn met zéér wijde bekers […][2] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Anne Corré 18 oktober 2016
  2. NRC Arjen Fortuin 16 december 2015