aangelegd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·legd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aangelegd
verbogen aangelegde
partitief aangelegds - -

Bijvoeglijk naamwoord

aangelegd

  1. een aanleg hebben tot

Werkwoord

vervoeging van
aanleggen

aangelegd

  1. voltooid deelwoord van aanleggen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.