aangehaald

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·haald

Werkwoord

vervoeging van
aanhalen

aangehaald

  1. voltooid deelwoord van aanhalen


Bijvoeglijk naamwoord

stellend
onverbogen aangehaald
verbogen aangehaalde
partitief aangehaalds
  1. vriendelijk naar je toe gelokt
    - De aangehaalde kat liet zich aaien
  2. woorden gebruikt door een ander
    - De aangehaalde dichtregel was zeer toepasselijk in deze speech.
  3. strak aangetrokken
    - De aangehaalde touwen moesten er voor zorgen dat de lading niet kon gaan schuiven.