aanfloepen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·floe·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanfloepen
floepte aan
aangefloept
zwak -t volledig

Werkwoord

aanfloepen

  1. ergatief (gezegd van licht): plotseling gaan branden

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders
63 % van de Vlamingen.