aandelenbezit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·de·len·be·zit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aandelenbezit
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aandelenbezit o

  1. (economie) het eigendom van effecten
    • Door de grote versnipperdheid van aandelenbezit in grote bedrijven (tot duizenden aandeelhouders) en de kennisvoorsprong van de directie is het vaak erg moeilijk voor de aandeelhouders om een vuist te maken tegenover het bestuur. 

Gangbaarheid