Berlijnerin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ber·lij·ne·rin
enkelvoud meervoud
naamwoord Berlijnerin (Berlijnerinnen)
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

Berlijnerin v

  1. (demoniem) een vrouwelijke inwoner van Berlijn, of een vrouw afkomstig uit Berlijn
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid