100-jarige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • 100-ja·ri·ge
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

100-jarige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van 100-jarig
enkelvoud meervoud
naamwoord 100-jarige 100-jarigen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

100-jarige m/v

  1. iemand die zijn honderdste verjaardag viert
  2. iemand die minstens 100 jaar oud is
  3. iets dat honderd jaar bestaat, iets wat honderd jaar duurt

Gangbaarheid