ĉielarko

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Esperanto

  enkelvoud meervoud
nominatief   ĉielarko     ĉielarkoj  
accusatief   ĉielarkon     ĉielarkojn  

Zelfstandig naamwoord

ĉielarko

  1. regenboog