zwam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwam
enkelvoud meervoud
naamwoord zwam zwammen
verkleinwoord zwammetje zwammetjes

Zelfstandig naamwoord

zwam v/m

  1. (schimmels) schimmel in hun bestaan afhankelijk van andere organismen
    Zwammen parasiteren soms op andere planten.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
zwammen

zwam

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwammen
    Ik zwam.
  2. gebiedende wijs van zwammen
    Zwam!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwammen
    Zwam je?