schimmel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schim·mel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schimmel | schimmels |
| verkleinwoord | schimmeltje | schimmeltjes |
Zelfstandig naamwoord
- een paardenras met een grotendeels witte vacht met fijne grijze of blauwige tekening
- Sinterklaas rijdt op een schimmel over de daken.
- een zwamsoort of substantie die op dode of levende organismen groeit
- Op dat blok kaas zit groene schimmel.
Vertalingen
1. een paardenras met een grotendeels witte vacht met fijne grijze of blauwige tekening
2. een zwamsoort of substantie die op dode of levende organismen groeit.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.