paddenstoel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een paddenstoel [1]
(Agaricus excellens)
Paddenstoel [2]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pad·den·stoel
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van pad (amfibie) en stoel
enkelvoud meervoud
naamwoord paddenstoel paddenstoelen
verkleinwoord paddenstoeltje paddenstoeltjes

Zelfstandig naamwoord

paddenstoel m

  1. vruchtlichaam van een doorgaans onder de grond levende schimmel of zwam
    We zijn paddenstoelen wezen zoeken.
  2. bepaald type wegwijzer langs een (Nederlands) voetpad of fietspad
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: als paddenstoelen uit de grond schieten
Vertalingen

Meer informatie