kast
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: kast (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /kɑst/
- (Vlaanderen, Brabant): /kɑst/
- (Limburg): /kɑs/
Woordafbreking
- kast
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig an het Middelnederlandse woord caste (korenschuur).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kast | kasten |
| verkleinwoord | kastje | kastjes |
Zelfstandig naamwoord
- (meubel) een meubel om gebruiksvoorwerpen in op te bergen, meestal voorzien van horizontale schappen
- (informeel) een televisietoestel (meestal als verkleinwoord: kastje)
- (informeel) gevangenis
- (informeel) een groot gebouw
- In de kast zitten.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
- [1]: archiefkast, bezemkast, bijenkast, boekenkast, geldkast, ijskast, keukenkast, kleerkast, koelkast, ladenkast, linnenkast, meterkast, porseleinkast, televisiekast
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: alles uit de kast halen
grote inspanningen leveren
- [1]: iemand op de kast jagen
iemand boos maken
- [1]: lijken in de kast
verborgen compromitterende zaken
- [1]: uit de kast komen
laten blijken dat he homoseksueel bent
- [1]: van het kastje naar de muur gestuurd worden
met bureaucratisch gedoe te maken krijgen
- [4]: en kast van een (huis, etc.)
een zeer groot (huis, etc.)
Vertalingen
1. een meubel om gebruiksvoorwerpen in op te bergen, meestal voorzien van horizontale schappen
Vertalingen
Vertalingen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kassen |
kast
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kassen
- Jij kast.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kassen
- Hij kast.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van kassen
- Kast!
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Noors
Woordafbreking
- kast
kast
- gebiedende wijs van kaste
Nynorsk
Woordafbreking
- kast
kast
- gebiedende wijs van kaste