werkloos
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- werk·loos
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | werkloos |
| verbogen | werkloze |
Bijvoeglijk naamwoord
werkloos
- zonder baan zijnd
- werkeloos, niets doend, niets verrichtend, niet werkend
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
Afrikaans
| stellend | attributief |
|---|---|
| werkloos | werklose |
Bijvoeglijk naamwoord
werkloos