wentelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wen·te·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wentelen |
wentelde |
gewenteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
wentelen
- (onovergankelijk) om een as of steunpunt draaien
- (onovergankelijk) (wiskunde) een cirkel beschrijven in een vlak loodrecht op een lijn
- (overgankelijk) (formeel) draaien, in de rondte laten bewegen