wedden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wed·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wedden
wedde
gewed
zwak -d volledig

Werkwoord

wedden

  1. (inergatief) geld wagen op een toekomstige gebeurtenis
    Er werd grof gewed op de uitkomst van de westrijd.
Vertalingen