wedden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wed·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wedden |
wedde |
gewed |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
wedden
- (inergatief) geld wagen op een toekomstige gebeurtenis
- Er werd grof gewed op de uitkomst van de westrijd.