weddenschap
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wed·den·schap
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | weddenschap | weddenschappen |
| verkleinwoord | weddenschapje | weddenschapjes |
Zelfstandig naamwoord
weddenschap v
- een wederzijdse overeenkomst de ander te zullen betalen naar gelang de uitkomst van een gebeurtenis in de toekomst
- Hij had een weddenschap verloren omdat zijn favoriete elftal niet gewonnen had.