wetten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wet·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wetten |
wette |
gewet |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
wetten
- het aanscherpen van een mes op een wetsteen
- Mijn opa wette het keukenmes.
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
wetten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wet
Duits
Uitspraak
- Geluid: wetten (Oostenrijk) (hulp, bestand)
- IPA: /ˈvɛ.tən/
Woordherkomst en -opbouw
- wet·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wetten /ˈvɛ.tən/ |
wettete /ˈvɛ.tə.tə/ |
gewettet /gə.ˈvɛ.tət/ |
| volledig | ||
Werkwoord
wetten
- wedden
- «Die Besucher einer Pferderennbahn wetten auf das siegreiche Pferd.»
- De bezoekers van de paardenrenbaan wedden op het winnende paard.
- «Die Besucher einer Pferderennbahn wetten auf das siegreiche Pferd.»
- ~, dass; wedden, er zeker van zijn
- «Ich wette, meine Taschenlampe strahlt nach vorne und nicht nach hinten.»
- Ik wed dat mijn zaklamp naar voren schijnt en niet naar achteren.
- «Ich wette, meine Taschenlampe strahlt nach vorne und nicht nach hinten.»