wedde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wed·de

Werkwoord

vervoeging van
wedden

wedde

  1. enkelvoud verleden tijd van wedden
    Ik wedde.
    Jij wedde.
    Hij, zij, het wedde.
  2. aanvoegende wijs van wedden