waarschuwde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waar·schuw·de

Werkwoord

vervoeging van
waarschuwen

waarschuwde

  1. enkelvoud verleden tijd van waarschuwen
    Ik waarschuwde.
    Jij waarschuwde.
    Hij, zij, het waarschuwde.