berispen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·ris·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| berispen |
berispte |
berispt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
berispen
- (overgankelijk) op strenge wijze zeggen dat het gedrag wordt afgekeurd
- De leraar berispte ons toen we te laat waren.