berispen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ris·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
berispen
berispte
berispt
zwak -t volledig

Werkwoord

berispen

  1. (overgankelijk) op strenge wijze zeggen dat het gedrag wordt afgekeurd
    De leraar berispte ons toen we te laat waren.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen