vuist

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vuist

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord vuist vuisten
verkleinwoord vuistje vuistjes

vuist v

  1. gebalde hand.
    Hij gaf hem een klap met zijn vuist.
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen