voortzetten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort·zet·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voortzetten
zette voort
voortgezet
zwak -t volledig

Werkwoord

voortzetten

  1. (overgankelijk) iets langer laten duren
    Het werk werd nog enige maanden voortgezet, maar uiteindelijk opgegeven.
  2. (overgankelijk) iets na een pause hervatten
    Na deze korte onderbreking werd het werk voortgezet.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen