voortzetten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voort·zet·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| voortzetten |
zette voort |
voortgezet |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
voortzetten
- (overgankelijk) iets langer laten duren
- Het werk werd nog enige maanden voortgezet, maar uiteindelijk opgegeven.
- (overgankelijk) iets na een pause hervatten
- Na deze korte onderbreking werd het werk voortgezet.