voornemen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- voor·ne·men
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| voornemen |
nam voor |
voorgenomen |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
zich voornemen Van plan zijn iets te gaan doen.
Vertalingen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voornemen | voornemens |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
voornemen o
- iets dat iemand heeft voorgenomen of iets dat iemand van plan is om uit te voeren.
Vertalingen
1. iets dat iemand heeft voorgenomen of iets dat iemand van plan is om uit te voeren