verspreiden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·sprei·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verspreiden |
verspreidde |
verspreid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
verspreiden
- (overgankelijk) in omloop brengen, over een groter oppervlak uitbreiden
- Deze ziekte wordt door ratten en hun vlooien verspreid.
- (wederkerend) zich ~: een proces van uitbreiding ondergaan
- De ziekte verspreidde zich.
Vertalingen
1. in omloop brengen, over een groter oppervlak uitbreiden