verspreiden

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verspreiden
verspreidde
verspreid
zwak -d volledig
Woordafbreking
  • ver·sprei·den

Werkwoord

verspreiden

  1. (overgankelijk) in omloop brengen, over een groter oppervlak uitbreiden.
    Deze ziekte wordt door ratten en hun vlooien verspreid.
  2. (wederkerend) zich ~ een proces van uitbreiding ondergaan.
    De ziekte verspreidde zich.
Vertalingen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen