verspreid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·spreid

Werkwoord

vervoeging van
verspreiden

verspreid

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verspreiden
    Ik verspreid.
  2. gebiedende wijs van verspreiden
    Verspreid!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verspreiden
    Verspreid je?
  4. voltooid deelwoord van verspreiden