versleutelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·sleu·te·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| versleutelen |
versleutelde |
versleuteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
versleutelen (overgankelijk)
- (encryptie) direct overgebrachte informatie door gebaar, schrift of spraak, dan wel overgebracht via een telecommunicatiekanaal, zodanig bewerken dat deze alleen begrijpelijk is als men de beschikking heeft over de toegepaste code
- Het dataverkeer over dit kanaal moet altijd worden versleuteld.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. coderen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.