coderen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- co·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| coderen |
codeerde |
gecodeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
coderen
- (overgankelijk) in een code brengen
- (overgankelijk) van een code voorzien
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Antoniemen
Vertalingen
1. in een code brengen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.