verlof
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·lof
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verlof | verloven |
| verkleinwoord | verlofje | verlofjes |
Zelfstandig naamwoord
verlof o
- een periode waarin men toestemming krijgt om iets te doen, bijvoorbeeld vakantiedagen opnemen
- Mijn verlof begint op de eerste zomerdag.
Vertalingen
1. een periode waarin men toestemming krijgt om iets te doen, bijvoorbeeld vakantiedagen opnemen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.