vergroten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·gro·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vergroten
vergrootte
vergroot
zwak -t volledig

Werkwoord

vergroten

  1. (overgankelijk) groter doen worden
    De ineenstorting van Wall Street in 2009 vergrootte de werkloosheid enorm.
Synoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen