twijfel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- twij·fel
Woordherkomst en -opbouw
- Verwant aan twee.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | twijfel | twijfels |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
twijfel m
- gevoel van onzekerheid ten aanzien van wat men moet doen, geloven e.d
Afgeleide begrippen
- twijfelaar, twijfelachtig, twijfelen, twijfelgeval, twijfeling, twijfelkont, twijfelmoedig, twijfelmoedigheid, twijfelzuch
Vertalingen
1. gevoel van onzekerheid ten aanzien van wat men moet doen, geloven e.d.
|
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| twijfelen |
twijfel