twijfelen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twij·fe·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
twijfelen
twijfelde
getwijfeld
zwak -d volledig

Werkwoord

twijfelen

  1. ~ tussen: op twee gedachten hinken
    Ze twijfelde tussen de ene jurk en de andere.
  2. ~ aan: het vermoeden hebben dat iets niet waar is.
    Er werd aan zijn oprechtheid getwijfeld'.'
Vertalingen
Persoonlijke instellingen