twijfelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- twij·fe·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| twijfelen |
twijfelde |
getwijfeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
twijfelen
- ~ tussen: op twee gedachten hinken
- Ze twijfelde tussen de ene jurk en de andere.
- ~ aan: het vermoeden hebben dat iets niet waar is.
- Er werd aan zijn oprechtheid getwijfeld'.'