troost
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- troost
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | troost | — |
| verkleinwoord | — | — |
Zelfstandig naamwoord
troost m
- steun bij verdriet of pijn
- De bronzen medaille bleek een schrale troost voor de competitief ingestelde Jan.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. steun bij verdriet of pijn
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| troosten |
troost