troost

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • troost
enkelvoud meervoud
naamwoord troost
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

troost m

  1. steun bij verdriet of pijn
    De bronzen medaille bleek een schrale troost voor de competitief ingestelde Jan.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
troosten

troost

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van troosten
  2. gebiedende wijs van troosten
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen