troosteloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • troos·te·loos
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen troosteloos troostelozer troosteloost
verbogen troosteloze troostelozere troostelooste

Bijvoeglijk naamwoord

troosteloos

  1. niet van zijn trieste stemming te bevrijden
    Een troostelozer dorp was nauwelijks voorstelbaar.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen