toog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • toog

Werkwoord

vervoeging van
tijgen

toog

  1. enkelvoud verleden tijd van tijgen
    Ik toog.
    Jij toog.
    Hij, zij, het toog.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen