toog
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- toog
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| tijgen |
toog
- enkelvoud verleden tijd van tijgen
- Ik toog.
- Jij toog.
- Hij, zij, het toog.
- Ik toog.
| vervoeging van |
|---|
| tijgen |
toog