tegenspeler

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·spe·ler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tegenspeler tegenspelers
verkleinwoord tegenspelertje tegenspelertjes

Zelfstandig naamwoord

tegenspeler m

  1. een speler van de tegenpartij
  2. iemand die met een ander samenspeelt
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen