strekken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strek·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
strekken
strekte
gestrekt
zwak -t volledig

Werkwoord

strekken

  1. (overgankelijk) het zo ver mogelijk uitrekken in de lengte.
    Hij strekte zijn been om de bal tegen te houden.
  2. (onovergankelijk) ~ tot fungeren, dienen
    Bloedige striemen en andere wonden strekten tot getuigenis dat Romeinse slaven enkel onder foltering getuigenis konden afleggen.
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

strekken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord strek