strekken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- strek·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| strekken |
strekte |
gestrekt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
strekken
- (overgankelijk) het zo ver mogelijk uitrekken in de lengte.
- Hij strekte zijn been om de bal tegen te houden.
- (onovergankelijk) ~ tot fungeren, dienen
- Bloedige striemen en andere wonden strekten tot getuigenis dat Romeinse slaven enkel onder foltering getuigenis konden afleggen.
Afgeleide begrippen
Zelfstandig naamwoord
strekken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord strek