stomp
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stomp | stompen |
| verkleinwoord | stompje | stompjes |
Zelfstandig naamwoord
stomp
- een ingekort vormeloos uitsteeksel.
- Er bleef na de amputatie niet meer dan een stompje van zijn vinger over .
- een pijnlijke stoot met de gebalde vuist.
- Je zou hem een stomp geven!
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | stomp | ||
| verbogen | stompe |
Bijvoeglijk naamwoord
stomp
- iets dat zijn scherpte verloren heeft.
- Met zo'n stomp potlood kun je toch niet tekenen!
- (wiskunde) groter dan 90 graden.
- Dit is een stompe hoek.
Antoniemen
- 1,2.: scherp