stomp

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
enkelvoud meervoud
naamwoord stomp stompen
verkleinwoord stompje stompjes

Zelfstandig naamwoord

stomp

  1. een ingekort vormeloos uitsteeksel.
    Er bleef na de amputatie niet meer dan een stompje van zijn vinger over .
  2. een pijnlijke stoot met de gebalde vuist.
    Je zou hem een stomp geven!
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stomp
verbogen stompe

Bijvoeglijk naamwoord

stomp

  1. iets dat zijn scherpte verloren heeft.
    Met zo'n stomp potlood kun je toch niet tekenen!
  2. (wiskunde) groter dan 90 graden.
    Dit is een stompe hoek.
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen