spuug

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spuug
enkelvoud meervoud
naamwoord spuug -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

spuug o

  1. vocht dat in de mond vloeit uit de speekselklieren
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
spugen

spuug

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spugen
    Ik spuug.
  2. gebiedende wijs van spugen
    Spuug!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spugen
    Spuug je?