snert

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snert
enkelvoud meervoud
naamwoord snert -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

snert v/m

  1. (voeding) een lobbige soep vervaardigd van erwten
    Na een paar uur op het ijs ging een kop snert met rookworst er wel in.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord snert -

Zelfstandig naamwoord

snert

  1. onzin, bragel, troep