shit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- shit
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Engels, op zijn beurt een leenvertaling uit het Duits.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | shit | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
shit m
- (vulgair) rommel, ellende, iets onaangenaams
- Wat voor shit is dat nou weer!
Tussenwerpsel
shit
- (vulgair) een uitroep van ergernis
- Shit! Ik heb een onvoldoende!