shit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • shit
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, op zijn beurt een leenvertaling uit het Duits.
enkelvoud meervoud
naamwoord shit -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

shit m

  1. (vulgair) rommel, ellende, iets onaangenaams
    Wat voor shit is dat nou weer!

Tussenwerpsel

shit

  1. (vulgair) een uitroep van ergernis
    Shit! Ik heb een onvoldoende!
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen