sector
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sec·tor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sector | sectoren sectors |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
sector m
- een deel van een cirkel in de vorm van een taartpunt
- Berlijn was in de Koude Oorlog ingedeeld in sectoren.
- een vakgebied of bedrijfstak
- In deze sector zit aardig de klad.
- (informatica) de kleinste eenheid van een harddisk die in één bewerking door een lees/schrijfkop kan verwerkt worden
- Wat is de grootte van de sectors van die harddisk?
Afgeleide begrippen
Vertalingen
3. de kleinste eenheid van een harddisk die in één bewerking door een lees/schrijfkop kan verwerkt worden
Engels
Zelfstandig naamwoord
sector