sector

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sec·tor
enkelvoud meervoud
naamwoord sector sectoren
sectors
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sector m

  1. een deel van een cirkel in de vorm van een taartpunt
    Berlijn was in de Koude Oorlog ingedeeld in sectoren.
  2. een vakgebied of bedrijfstak
    In deze sector zit aardig de klad.
  3. (informatica) de kleinste eenheid van een harddisk die in één bewerking door een lees/schrijfkop kan verwerkt worden
    Wat is de grootte van de sectors van die harddisk?
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

sector

  1. sector