schilder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schil·der
enkelvoud meervoud
naamwoord schilder schilders
verkleinwoord schildertje schildertjes

Zelfstandig naamwoord

schilder m

  1. (beroep) een kunstenaar die geschilderde afbeeldingen maakt
  2. (beroep) een handwerksman die huizen schildert
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schilderen

schilder

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schilderen
    Ik schilder.
  2. gebiedende wijs van schilderen
    Schilder!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schilderen
    Schilder je?