schild
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schild
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schild | schilden |
| verkleinwoord | schildje | schildjes |
Zelfstandig naamwoord
schild o
- (militair) een voorwerp dat als afweer tegen de aanval van de vijand voor zich gehouden wordt
- De krijgers sloegen met hun speren op hun schilden om zichzelf moed en de vijand schrik in te boezemen.