schild

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schild
enkelvoud meervoud
naamwoord schild schilden
verkleinwoord schildje schildjes

Zelfstandig naamwoord

schild o

  1. (militair) een voorwerp dat als afweer tegen de aanval van de vijand voor zich gehouden wordt
    De krijgers sloegen met hun speren op hun schilden om zichzelf moed en de vijand schrik in te boezemen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen