schildklier
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: schildklier (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /sχɪɫtkliːr/
- (Vlaanderen, Brabant): /sxɪɫtkliːr/
- (Limburg): /sxɪldkliːr/
Woordafbreking
- schild·klier
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schildklier | schildklieren |
| verkleinwoord | schildkliertje | schildkliertjes |
Zelfstandig naamwoord
- (anatomie) een (endocriene) klier gelegen aan de voorzijde van de hals, voor het strottenhoofd, tegen de luchtpijp aan
- Onder invloed van TSH maakt de schildklier schildklierhormoon aan.