schandpaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Schandpaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schand·paal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schandpaal schandpalen
verkleinwoord schandpaaltje schandpaaltjes

Zelfstandig naamwoord

schandpaal m

  1. (geschiedenis) een paal op een plein, waaraan mensen bij wijze van straf werden vastgemaakt om vernederd te worden door de omstanders
Synoniemen
Spreekwoorden
iemand publiekelijk te schande zetten door hem of haar op wrede/onaardige wijze te bekritiseren
Vertalingen

Meer informatie