run
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| run | runs |
Zelfstandig naamwoord
run
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to run |
| he/she/it | runs |
| verleden tijd | ran |
| voltooid deelwoord |
run |
| onvoltooid deelwoord |
running |
| gebiedende wijs | run |
Werkwoord
run
Uitdrukkingen en gezegden
- (figuurlijk) a run for money
- de resultaten die iemand verwacht
- to be on the run
- weglopen van iets of iemand
- to run into somebody
- iemand toevalling ontmoeten
- to run into something
- iets onverwachts of onplezant ondervinden
- to run from somebody
- weglopen van iemand
- to run at
- naar iets of iemand lopen
- to run with someone
- in een groep of bij iemand blijven
- to run over something
- iets overrijden
- to run out of time
- geen tijd meer hebben
- to run scared
- zich gedragen alsof er iets mis zal gaan
- to run the show
- commanderen
- (figuurlijk) got to run
- gezegd wanneer iemand weg moet gaan
- to run along
- vertrekken
- to run short of something
- weinig van iets hebben
- to have a good run
- success hebben
- to run an errand
- een korte tocht nemen om een opdracht te doen
- to run and run
- een onderwerp waarin mensen lang in geïnteresseerd zijn
- to run for life
- van iets weglopen om je leven te redden
- to run for it
- snel van iets weglopen
- to run in the family
- een karaktertrekje dat veel of alle familieleden hebben
- (figuurlijk) to run out of steam
- momentum verliezen