beheren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·he·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beheren |
beheerde |
beheerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beheren
- (overgankelijk) het beheer hebben over iets
- Wij zoeken iemand die voor ons de website wil beheren.
- (overgankelijk) iets leiden, besturen
- Wie is deze winkel momenteel aan het beheren?
Vertalingen
1. het beheer hebben over iets