beheren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·he·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van heer met het voorvoegsel be-: heer zijn over iets.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beheren
beheerde
beheerd
zwak -d volledig

Werkwoord

beheren

  1. (overgankelijk) het beheer hebben over iets
    Wij zoeken iemand die voor ons de website wil beheren.
  2. (overgankelijk) iets leiden, besturen
    Wie is deze winkel momenteel aan het beheren?
Vertalingen