roam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelengelse woord romen.
enkelvoud meervoud
roam roams

Zelfstandig naamwoord

roam

  1. (het) zwerven
vervoeging
onbepaalde wijs to roam
he/she/it roams
verleden tijd roamed
voltooid
deelwoord
roamed
onvoltooid
deelwoord
roaming
gebiedende wijs roam

Werkwoord

roam

  1. (onovergankelijk) dolen, dwalen, omzwerven, rondolen, ronddwalen, rondreizen, rondtrekken, trekken, zwerven
    «It was Jim's wish his ashes to be scattered to the sea to roam the South Pacific.»
    Het was Jims wens dat zijn as wordt in de zee verstrooid om ten zuiden van de Stille Zuidzee rond te zwerven.
  2. (overgankelijk) landlopen, rondzwalken
Afgeleide begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • roam about
(onovergankelijk) omzwalken, ronddolen, rondhangen
  • roam around
(onovergankelijk) rondtrekken, rondstruinen
  • to roam the world
door de werled zwerven / over de wereld zwerven