dwalen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dwa·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| dwalen |
dwaalde |
gedwaald |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
dwalen
- (ergatief) zonder kennis van waar men is rondbewegen
- We zijn uren door die stad gedwaald voordat we eindelijk een bruikbaar verkeersbord zagen.
- (inergatief) zonder kennis van waar men is bewegen
- We hebben gelukkig niet zo lang gedwaald.
- (inergatief) geestelijk zich op een afwijkend pad bevinden
- Er werd bepaald dat de bisschop gedwaald had met deze omstreden uitspraak.